MAL EINS - vertaling in Nederlands

keer één
mal eins
eens één
einmal
mal eins
effe iets
nur etwas
kurz etwas
noch etwas
schnell etwas
mal etwas
paar sachen
ein bisschen
mal eins
er ooit één
mal eins
je einen
jemals einen
er eens een
mal einen
maal 1
mal 1
mal eins
vroeger een
einmal ein
mal eins

Voorbeelden van het gebruik van Mal eins in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Fertig? Neun mal eins ist.
Ben je gereed? Negen keer één is.
Vier mal drei mal zwei mal eins, also 24 Kombinationen.
Vier keer drie keer twee keer één: 24 combinaties.
Haben Sie mal eins gemalt?
Heb je er ooit eentje geschilderd?
Erst lass mich dir mal eins sagen:?
Mag ik eerst even iets zeggen?
wollen wir mal eins klarstellen.
wil ik even iets rechtzetten.
Ich hatte mal eins in der Tasche und es fing Feuer. Explodierte einfach.
Ik had een keer zo'n ding in m'n zak en 't vloog zomaar in brand.
Es klingelt an der Tür Bring nächstes Mal eins mit.
Neem er de volgende keer een mee.
Körpergewicht mal eins.
Eén maal.
Zeigen Sie mal eins her.
Laat er eens één zien.
Wickle auch mal eins für mich auf.
Draai er ook eens een voor mij.
Das war mal eins der beliebtesten Lichtspielhäuser in der Stadt.
Dit was ooit een van de populairste filmhuizen in de stad.
Aber ich hab mal eins im Beerdigungsinstitut vergessen.
Ik heb er een keer een in een rouwkamer achtergelaten.
Sie haben mal eins reserviert, aber nie abgeholt.
Jij hebt er een keer een gereserveerd, maar je haalde hem nooit op.
Lass mal eins deiner Gedichte hören.
Laat me eens een van je gedichten horen.
Darf ich mal eins sagen?
Mag ik nog iets zeggen?
Wir nehmen jetzt erst mal eins, und dann. tauschen wir es später.
We jatten er nu even een, en dan ruilen we die later om.
Warum nicht mal eins eingehen?
Neem er eens eentje.
Ich habe mal eins adoptiert.
Ik heb er ooit een geadopteerd.
Hast du mal eins gesehen?
Heb je er ooit een gezien?
Sauniére hat mir mal eins gebaut.
Saunière heeft er ooit een voor mij gemaakt.
Uitslagen: 81, Tijd: 0.0487

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands