Voorbeelden van het gebruik van Geen spaans in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik spreek geen Spaans.
Kunnen die geen Spaans?
Mag ik geen Spaans praten?
Je spreekt toevallig geen Spaans, of wel?
En geen Spaans spreken?
Van mijn moeder mocht ik geen Spaans leren. Het moederland. España!
Kunnen blanke meisjes geen Spaans leren op school?
Als je geen Spaans spreekt, hou je je mond dicht.
En ik sprak geen Spaans.
meneer'ik spreek geen Spaans'?
Ik denk altijd dat je geen Spaans begrijpt.
Hier staat een woord dat geen Spaans is.
Van hen spreekt geen Spaans.
Alsjeblieft. Geen Spaans!
Ze spraken geen Spaans.
Waarom leer jij geen Spaans?
Hier staat een woord… dat geen Spaans is: Thor.
Hier staat een woord… dat geen Spaans is: Thor.
Jesus spreekt geen Spaans.
Het is geen Spaans.