Voorbeelden van het gebruik van Geen student in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze is geen student.
Je bent geen student.
Jij bent geen student.
Het is geen geintje en ik ben geen student.
Hoe? Ik ben geen student.
Je bent geen student.
Ik ben geen student.
Als zodanig was Lopyreva geen student.
Jij bent geen student.
Kameraad, ik ben geen student.
Maar ik ben geen student.
Ik ben geen student.
Nee. Ik ben geen student.
Dat was geen student.
Ik ben officieel geen student meer.
Die jongen is geen student.
Je bent geen student.
Ik ben immers geen student.
Belangrijker nog: geen student.
Misschien is hij geen student.