Voorbeelden van het gebruik van Goedendag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Goedendag, Mr. Newman.
Goedendag, heren.
Goedendag heren, verlaat alsjeblieft de kamer.
Goede morgen.- Goedendag.
Goedendag. Bedankt.-Waarom zei je tegen hem Veleno?
Goedendag. En Elkhorn?
Farooq. Goedendag, dr. Wells.
Goedendag, meneer Carter.
Goedendag, Miss Mills.
Goedendag, mevrouw!
Wat is er?- Goedendag.
Goedendag, kapitein.
Goedendag, kleinburgelijk.
Nee. Goedendag, ik ben Diane Ashley.
Maar ik dacht dat goedendag zeggen makkelijker zou zijn.
Goedendag, Signora Castelli.
Goedendag, ik laat de sleutels hier.
Goedendag, kleinburgelijk.
Goedendag Fahd. Ik heb gebeld.
Goedendag, eerwaarde. Goedendag, Ralph.
