Voorbeelden van het gebruik van Goedmaken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Maar hij gaat het nu goedmaken.
Ik zal het morgen goedmaken.
Ik kan dit goedmaken.
Misschien kan je het goedmaken.
Ik weet niet hoe ik het kan goedmaken.
Lk zal het goedmaken.
Het goedmaken en zo.
Ik zou het vanavond weer goedmaken met haar.
Jouw generatie zal het weer moeten goedmaken.
Ik kan het niet goedmaken.
Ik wil het alleen goedmaken.
Nu gaat hij het goedmaken.
Ik zal het op andere manieren goedmaken.
Maar misschien kunnen we 't niet goedmaken.
En ik wil het goedmaken.
Ik wil het goedmaken, aangezien ik degene was… die de missie in het leven had geroepen.
Dat kan hij nooit meer goedmaken.
Laten we het goedmaken, Arzu?
Je moet een fout niet met een domheid goedmaken.
Maar ik wil het goedmaken.