Voorbeelden van het gebruik van Gretel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Weg hier, Gretel.
Broertje. Help. Gretel.
Gretel lijkt zo.
Ga door, Gretel.
Valentine heeft Gretel vermoord.
Hij had Gretel ontvoerd.
Gretel hoorde bij onze roedel.
Zelfs Gretel heeft een vriend.
En jij, Gretel?
Gretel. Broertje. Help!
Dat is"hansel and gretel.
Gretel, de beroemde heksenjager.
Gretel was een ongekend genie.
Gretel. Laat me niet achter!
Gretel, tijd niet gezien.
Gretel, ga terug!
Wat is er met mijn Gretel?
Hänsel en Gretel raken alle kinderen aan.
Nee, Gretel is er ook.
Goed, Gretel.