Voorbeelden van het gebruik van Hem eten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zal hem eten geven.
Geef hem eten, en weg is ie weer.
Geef hem eten!
We kunnen hem eten geven.
Geef hem eten. Geef hem water.
Enfin, we gaven hem eten en stuurden ze op pad.
Je kunt hem eten geven, je kunt hem verzorgen.
Laat hem eten.
Morgen geven we hem eten en sturen we hem weg.
Ik wil best met hem eten, maar ik werk liever alleen.
Iemand moet hem eten brengen.
Als proefpersonen hem eten, wil hij er binnen een paar uur nog een.
Wil je hem eten geven, Mama?
Wie hem eten geeft… krijgt met mij te maken. Nee.
Geef hem eten als ik te laat ben….
Wie stuurde hem eten?
Je kunt hem eten geven.
Geef hem eten en een kamer.
Geef hem eten!
Je biedt hem eten en seks aan.