Voorbeelden van het gebruik van Het adres in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik zag het adres van Tom Lincoln.
De naam en het adres van de volgende kopers/verwerkers.
Ik geef je het adres van Dr. Jeffries.
Het adres waarnaar de munitie zal worden verzonden of vervoerd.
Geef me het adres maar. Je meent het. .
Wat is het adres in Parijs?
Dat is het adres van Gail Bradford.
De naam en het adres gaan samen met het kwaad.
Ik heb zijn naam en heb het adres nodig.
Het adres in de lidstaat van herkomst waar documenten kunnen worden opgevraagd;
Ja, maar het adres is echt.
De naam en het adres van de onderwijsinstelling of van het regelende gezag.
Ik heb het adres.
De naam en het adres van de hoogste moedervennootschap;
Hij heeft het adres.
De naam en het adres van de bevoegde autoriteiten;
We sturen je het adres van Sofia.
De naam, de voornaam, het adres en de handtekening van de aanvrager.
Heb je het adres bezocht dat ik je had gegeven?
Had Holly het verkeerde adres?