Voorbeelden van het gebruik van Het halloween in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
je al een date had voor het Halloween feest van morgen?
Technisch gezien is 't Halloween, schat.
Fijne Halloween.- Oh is 't Halloween?
Niemand had me gezegd dat 't Halloween was.
Bij de plaats waar we het drie halloweens geleden hebben gedaan.
Is het Halloween?
Is het Halloween?
Is het Halloween?
Vandaag is het Halloween.
Morgen is het Halloween.
Is het Halloween?
Wanneer is het Halloween?
Het is het Halloween weekend.
Ik mis het Halloween feest.
Niet tenzij het Halloween is.
En toen werd het Halloween.
Is het Halloween?
Ah… Is het Halloween?
Vampiers. Is het Halloween?
Waarom noemen ze het Halloween.