Voorbeelden van het gebruik van Het winkelcentrum in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik hoor ze in het winkelcentrum.
We gaan naar het winkelcentrum.
Een verlovingsring kopen in het winkelcentrum.
Ik ga met Bart naar het winkelcentrum.
China heeft een opkomende middenklasse die heeft nieuwe mogelijkheden in het winkelcentrum.
Naar het winkelcentrum.
ben je nog steeds in het winkelcentrum.
Minuten lopen van Naama Bay het winkelcentrum.
Heb je ze in het winkelcentrum gekocht?
Ik ben in het winkelcentrum.
We gaan naar het winkelcentrum.
Toen we deze zaak aan het opzetten waren… joeg ik achter bejaarden aan in het winkelcentrum.
Een gevecht beginnen in het winkelcentrum en dat filmen?
Daarom dat ik gaatjes ga zetten dit weekend in het winkelcentrum.
In het park, op de hoek van Guinevere en Merlin, bij het winkelcentrum.
Wie brengt me naar het winkelcentrum?
Gamen en naar het winkelcentrum gaan.
hij zei dat het voor een baan in het winkelcentrum was.
Neem je me naar het winkelcentrum?
Ik heb de Kerstman gezien in het winkelcentrum.