Voorbeelden van het gebruik van Huisje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Charmant huisje, maar ook ruiterhuisje en motorhut.
Wil je je huisje echt redden?
Opa Derricks huisje was de enige plek die nooit veranderde.
Hoereens huisje zou ideaal zijn.
Mooi nieuw huisje.
Ik wil een paar dagen naar het huisje met Gustav.
Charmant huisje met zwembad voor 2 personen in Ménerbes.
Waar ze je een huisje geven voor een tijdje.
Het huisje wordt voor 70 pond per jaar verhuurd…
Het huisje was in de 19de eeuw van de Spoorwegen.
Hij heeft een huisje en werk voor ons gevonden.
Grootmoeders huisje als ze in Topeka zou wonen.
Z'n familie had een huisje in Zweden.
Gratis huisje in Palm Springs.
M'n ouders hebben een huisje in P.
MÂ2 huisje voor 6 personen, op het zuiden,
Het huisje van Thomas. Wat dan?
Oh ja. Een huisje in Noorwegen in de winter met een schoorsteen,
Een huisje in het bos aan 'n meer.
Het huisje is van mij.