Voorbeelden van het gebruik van Ik rij in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik rij zo snel als ik kan.
Ik rij je naar huis.
Ik rij al uren rond.
Ik rij met je mee.
Ik rij deze auto al 20 jaar.
Ik rij naar Olle's huis.
Ik rij je auto naar Bordeaux.
Ik rij best veel.
Ik rij al uren rond. Bedankt.
Ik rij op de terugweg.
Uit de weg of ik rij over je heen.
Iedereen ziet waarheen ik rij.
Ik rij wel naar Koningslanding.
Ik rij niet met jou.
Uit de weg of ik rij over je heen.
Ik rij al een uur rondjes.
Ik rij met Kaze.
