Voorbeelden van het gebruik van Instapkaarten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
cheques, instapkaarten, en legde de nodige aantekeningen op belastingvrije cheques.
Ik had de instapkaart in mijn hand.
Instapkaart en paspoort alstublieft.
Dank u. Instapkaart en paspoort alstublieft.
Als ze de instapkaart niet vindt, dan het bagagekaartje.
Instapkaart, alsjeblieft.
Instapkaart en paspoort. Kom mee.
Dank u. Instapkaart en paspoort alstublieft.
Oké. Instapkaart en wat geld.
Instapkaart, alsjeblieft. Welkom aan boord, meneer.
De volgende. Uw instapkaart en paspoort, alstublieft.
De volgende. Uw instapkaart en paspoort, alstublieft.
De volgende graag. Instapkaart en paspoort, graag.
Er zat een instapkaart in z'n zak.
Je bent je instapkaart vergeten!
En er is geen instapkaart.
Zoek haar rugzak en haar instapkaart.
We hebben zijn instapkaart gevonden.
Mag ik uw instapkaart zien?
Zoek haar rugzak en instapkaart.