Voorbeelden van het gebruik van Je naam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Onderteken met je naam.
Vertel haar je naam.
Schrijf je naam en nummer op en.
Ik wil je naam weten.
En je naam is Gwen. Wat?
Daar vind je een enveloppe met je naam erop.
Hij wist je naam niet eens.
Terwijl ik je naam niet eens meer weet.
Je naam is niet Tom.
Ik vraag alleen naar je naam.
Je naam weten.
Wie heeft je naam in Tigest veranderd?
Kai. Weet je wat je naam op het eiland betekent?
Ik ga je gewoon bij je naam noemen.
Hij heeft je naam gebruikt.
Ik weet je naam niet eens.
Wist je dat je naam een palindroom is?
Een winkel met je naam erop.
Ik moet je naam weten?
Iedereen kende je naam en wat je deed.