Voorbeelden van het gebruik van Naam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Zijn naam onwaardig.
Krijgers die in naam van mijn vader zwaaien met de Atreides-vlag.
Ze vertelde me niet haar naam.
De naam van onze verdacht is Maria Sanchez.
Of wat je naam ook echt moge zijn.
Uw naam zij geheiligd.
Mijn naam is Mezoti.
Dodges tweede naam is Chaz.
Vanwege mijn naam, mijn uiterlijk.
Schrijfje naam op het bord.
Ik weet je naam niet eens.
Mijn naam is Rahul en ik ben geen terrorist!
Misschien moet u haar bij haar naam aanspreken en zij u bij de uwe.
Het zal de naam"Les Invalides" krijgen. Een huis.
Een naam in een Pentagonarchief. Wat?
Die naam verdien ik niet eens. Schatje'?
Zijn tweede naam was Clark.
En of je de naam Zod echt waard bent.
Je hebt mijn naam, mijn clan, mijn familie.
Ik weet je naam niet eens.