Voorbeelden van het gebruik van Naam in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Vertel ze je naam.
Josef Mohammed, wat is jouw naam?
Ik ken je naam geeneens.
Je moeder zei dat jouw naam Finn is?
Hoe is jouw naam?
Vraag me je naam.
DUTREBIS stopt ook de aanmaak van een enzym met de naam ‘hiv-integrase.
Hurricane' is de naam die ik later als bokser kreeg.
De lidstaten delen de naam van die autoriteit mee aan het secretariaat-generaal van de Raad.
Maar is Betty geen naam voor een vrouw?
Ik heb een leuke naam bedacht, Henry William.
We waren net een naam aan het bedenken voor onze nieuwe groep.
Geen naam, geen plaats delict, geen doodsoorzaak.
Was haar naam Mary Ann of Ginger?
De naam" Duivels Nacht" is enigszins misleidend.
Naam van de stichting waarvan een beurs wordt aangevraagd;
Geen trieste naam dit keer.
De naam van de stichting waarvan een beurs wordt aangevraagd;
Robot" is een groffe naam voor waar we 't over hebben.
Die naam heeft geen betekenis.