Voorbeelden van het gebruik van Je verkoopt in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hé, maat. Je verkoopt nog steeds borstels en bezems,?
Aan wie je verkoopt,?
Je verkoopt dus kant-en-klare Franse hapjes aan Fransen.
Je verkoopt geen medicijnen, maar Penny.
Je verkoopt hem voor 7, 50.
En je verkoopt die gym niet.
Je verkoopt toch niks, met deze gasten in de buurt.
Je verkoopt niks in deze buurt!
En je verkoopt die gym niet.
Die je verkoopt. Ik heb interesse in de boxen Hoi.
Als je verkoopt aan Johnson of iemand anders zit je met een serieus probleem.
Je verkoopt immers geen meubels.
Je verkoopt ons vliegveld?
Jij gaat nergens, en je verkoopt die gym niet.
Laat zien, ik wil zien wat je verkoopt.
Ik wil weten wat je verkoopt.
Je verkoopt geen exotische vogels?
Je verkoopt dit spul?
Maar je verkoopt ook aan boeven.