Voorbeelden van het gebruik van Karpers in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Heb je ooit karper op het menu zien staan?
Karper! Karper, mijn broer!
Karper, nog iets anders.
De karper, want die houdt zijn bek.
Een snoek of karper lok je niet met hetzelfde aas?
Karper, paling, snoek en baars!
Groot terras met kunstgras karper.
Ja, maar zou een karper dat ook doen?
Wat is met je gaande? de karper.
Het was gewoon een karper of zo.
Hij kent het belastingstelsel zoals een visboer een karper kent.
Ik kondig de Soupe Marie-Louise aan en karper met asperges en rosbief.
Je lijkt op een beer die wordt opgegeten door een karper.
Ik heb het Karper verteld!
Paling, snoek, karper en baars!
Vandaag met een karper.
Het is een karper.
Waarom niet? De karper.
Heb je dat gehoord, karpertje?
Verkoper/s voor product groep KARPER gevonden.