Voorbeelden van het gebruik van Katjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Katjes zijn fragiele wezens
Katjes. Hier zou je een eigen katje krijgen.
Tussen een donut en een cheeseburger? Katjes? Grootouders? Hoe kijkt een hongerige man naar je?
Katjes in een vuilnisbak.
Ze speelt met de katjes.
Toch raar zonder katjes.
De bloemen zijn katjes.
We willen met jullie spelen, katjes.
Alsjeblieft, pak m'n katjes.
En daarmee is ons weerprobleem opgelost, katjes.
Geniet maar van de zon, katjes.
Ik hou van katjes. Irene.
Ik weet dat je van katjes houdt.
Ze spinnen als tevreden katjes.
S Nachts zijn alle katjes roze.
De bloemen zijn katjes, die in maart-april bloeien.
Regendruppels van katjes en snorharen en rozen.
Dat is voor de katjes.
Wat is de verzamelnaam voor een groep katjes?
Hij kwam een keer met katjes die we moesten ontleden.