Voorbeelden van het gebruik van Kleindochters in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En nu kost je leugen ons onze kleindochters.
Net als hun kleindochters.
Ik heb vier handtekeningen voor vier kleindochters.
Ja, ja, dat zijn jullie kleindochters.
Ik vind geen Chinese kleindochters.
Wie? Je kleindochters.
Wij zijn je enige kleindochters.
En ik ben bij m'n kleindochters.
Is het te veel als ik m'n kleindochters vraag stil te staan… Alleen een foto.
We zijn je kleindochters.
Dit moet één van haar dochters of kleindochters zijn geweest.
Dit zijn je kleindochters.
Dit moet een van haar dochters of kleindochters zijn geweest.
Ze zeggen:‘Zeg dat je kleindochters hun haar bedekken.
hun dochters waren kleindochters in het Witte Huis.
Met hun kleindochters, met hun vrienden.
Kleindochters. Haar dochter is overleden aan een ziekte.
Haar dochter is ziek geworden en overleden. Kleindochters.
Uw kleindochters heten Tessa en Kayla.
Mijn kleindochters zijn jouw dochters.