Voorbeelden van het gebruik van Knokkels in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De kogel nestelde zich tussen twee knokkels van Chas's linker hand.
Zij heeft Knokkels dus nooit ontmoet.
Dat kan ik aflezen van haar knokkels en de tape resten.
Je hebt knokige knokkels.
Ik wil voelen hoe je botten breken onder mijn knokkels.
Voor iemand die Knokkels heet, ken je niks van meppen.
Mijn knokkels.
Dag 60, verwijdering 4, knokkels.
Hij gaat zijn armen uit elkaar halen, zijn knokkels kraken en weggaan.
Knokkels is niet echt slecht.
Ik zag je knokkels.
Misschien op haar knokkels.
Keer opdrukken op je knokkels.
Knokkels, waarom gooide je op dat joch?
Koude vingers, hete knokkels.
Jij blijft hier, Knokkels.
Je stopt niet wanneer de knokkels het bot raken.
En praat nooit met Knokkels.
Bekijk je knokkels eens.
Het is duidelijk dat zij Knokkels nooit heeft ontmoet.