Voorbeelden van het gebruik van Kruit in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Met wat geluk is het kruit nog goed.
Je hebt geen kruit.
Face, je hebt er geen kruit in gedaan.
In deze containers bleef het kruit droog.
Ik hou van de geur van kruit in de ochtend.
Maar ik denk dat ie zijn kruit heeft verschoten.
Je kunt het kruit nog ruiken.
Hopelijk is je kruit droog.
Ik ruik kruit.
Jullie zijn maar met z'n tweeën, en jullie kunnen niet bij je kruit.
Hij kon omgaan met kruit.
Maar ik heb hier geen kruit.
Vertrouw op God en houd uw kruit droog.
Kruit. Het is kruit.
Hij zit vol met 't kruit van 30 vuurpijlen.
Er zijn geen extra kogels, er is geen kruit.
Hopelijk is je kruit droog.
Maar geen kruit.
En gaan naar huis. We doen ons deel… en pakken het kruit.
Het was naar puppy's of kruit.