Voorbeelden van het gebruik van Mags in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik verlang alleen naar jou, Mags.
Ik praat wel met Mags.
vooral Mags.
Ik ken de details niet, maar men zegt dat Stink iets had met Mags' nicht Gracie, haar zwanger maakte en ervandoor ging.
Mags. Jongens.
Mags is bezig.
Mags, schiet op.
Mags was vroeger zaalzuster.
En wij, Mags?
Iedereen noemt me Mags.
Ik kom voor Mags.
Heb ik gelijk, Mags?
Mags kwam hier niet gewapend.
Mags, ik ben een weduwe.
Kijk, Mags en Dave!
Naar Mags' feestje gaan.
Los Mags hebben hem gepakt.
Wat zeg je, Mags?
Echt niet! Mags!
Mags kunnen we nu aanpakken.