Voorbeelden van het gebruik van Mary in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Mary, Queen of Scots wordt als katholiek geboren.
Je moeder en je broers… de Club… Mary Anne.
Het accepteren van de uitnodiging van Mary.
Mary verteld dat je helpt met Roisins spullen.
Hail Mary, vol met gratie.
Maar ik onderschatte de invloed die Mary heeft over je zoon.
Ik wilde niet dat Mary zichzelf dat aandeed.
Mary was hier
Mary is onschuldig.
Jullie hebben me dus begraven… en daarna hebben jullie Mary begraven.
Ik? Ik ben de assistente van Mary Seacole.
Mary is een ware prinses.
Zuster Mary, wat doe je hier?
Geef me meer bloed van Mary.
Kom je voor de lunchaanbieding? Mary.
Mary zegt dat hij gemeen en wreed is.
Hij zei dat Mary Magdalena een hoer was.
Ja. Met m'n vrouw, Mary.
Oke. Nou, ze lijkt compleet in de ban van Mary.
Mary Luz en ik.