Voorbeelden van het gebruik van Mensch in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Ecclesiastic
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jij bent pas een mensch.
Natuurlijke geschiedenis van den mensch.
Ik doe The Mensch.
Ontwikkelingsgeschiedenis van den mensch.
Wie weet? als het eens een mensch was!
Onder behoorlijke omstandigheden zullen zij den mensch dienen.
Dat komt, Ryan Atwood, doordat je een Mensch bent.
We maken 'n mensch van je.
Aan het uitzoeken wat een Mensch is.
Op dien dag zal de mensch van zijn broeder vluchten.
God is milddadig omtrent den mensch; maar het meerendeel der menschen is ondankbaar.
Op dien dag zal mensch noch genius nopens zijne zonde worden ondervraagd.
Die den mensch zal bedekken.
Wij schiepen den mensch van gedroogde klei, van zwart slijk, in een vorm gebracht.
Die den mensch zal bedekken.
En dat den mensch, die rechtvaardig is,
Op dien dag zal mensch noch genius nopens zijne zonde worden ondervraagd.
Den dag waarop de mensch voor den Heer van alle schepselen zal staan?
Die den mensch van gestold bloed schiep.
Hij is slechts een mensch, die eene leugen tegen God uitdenkt.