Voorbeelden van het gebruik van Niks in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Je hebt niks gemist.
Als jij niks tegen je ma zegt, zeg ik ook niks.
Er komt elke dag een leraar.- Niks.
Daar lijkt het anders niet op.- Niks.
Hoe laat is het?- Niks.
Ik zeg niks.
Nee. Wat is er met mijn naam? Niks.
Ik deed niks.
Waar bent u?- Niks.
We hadden niks.
Ze heeft niks van doen met dit alles.
Waarom hebben jullie niks gezegd?!
Ik wil hier niks van René hebben.
We hebben nog niks gedaan, Carol.
Maar Iiyasi kan zonder deze drive niks doen.
Daar heeft hij niks over gezegd.
Maar Taylor wil er niks van weten.
Zonder hem had ik niks kunnen doen.
Nee, maar ik wil ook niks overhaasten.
Misschien is dit niks voor mij.