Voorbeelden van het gebruik van Nummer tien in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Dat is nummer tien.
Ik ben de nummer tien makelaar in dit district.
Is nummer tien het laatste wat je ooit zal horen Anders.
Daar gaat nummer tien, Glutchgoneski!
Vijftien?- Nummer tien heeft zeventien opgebracht.
Acht jaar. Ik ben 'n aanhangsel van nummer tien.
Ze is al vijf jaar nummer tien.
Acht jaar. Ik ben een aanhangsel van nummer tien.
Ik ben gevraagd voor gevelsteen nummer tien, ontworpen door striptekenaar Toon van Driel,
Want mijn doel is om Kol levend uit jouw huis te krijgen en het lijkt… alsof dat nummer tien op jouw lijst is.
De overwinning van de prestigieuze GLOCK's 5* Grand Prix ging echter naar de tweevoudig team Olympisch en wereldbekerfinalewinnares alsook de nummer tien van de springsportwereld, Elizabeth Madden.
De uni is het moeilijkst, nummer tien is moeilijk. Mensen haten nummer tien, en uni ook, trouwens.
Nummer tien?
Kijk naar nummer tien.
En nummer tien.
Schuldig. Nummer tien?
Ocharme, nummer tien.
En nummer tien?
Nummer tien?- Niet schuldig?
Nummer tien?- Niet schuldig.