Voorbeelden van het gebruik van Offred in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben Offred.
Welterusten, Offred.
Mijn naam is Offred.
je goed gegeten hebt, Offred.
Jij moet Offred zijn.
Welkom thuis, Offred.
Ik ben erg blij, Offred.
Offred niet. Offred is ontvoerd.
juffrouw Offred.
Offred is ontvoerd. Offred niet.
Offred en de Guardian van de commandant,
Deze zwangerschap is net zozeer van mij als die van Offred van jou.
Ja, ik wacht op Offred.
Offred test haar door'Mayday' te noemen
En Offred?
Op onze Offred.
Offred, ga zitten.
Was het Offred?
Offred krijgt een kans.
Was het Offred?