Voorbeelden van het gebruik van Offred in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En Offred?
Offred, liefje?
Geef antwoord, Offred.
Offred krijgt een kans.
Jij moet Offred zijn.
Offred, ga zitten.
Offred? Ik moet gaan.
Mijn naam is Offred.
Offred… we moeten gaan.
Wil je kijken? Offred.
Ik moet gaan. Offred?
Offred, word wakker!
Wil je kijken? Offred.
Ik ben erg blij, Offred.
Offred, daar ben je?
Offred, daar ben je.
Offred… we moeten gaan.
Treft geen blaam. Offred.
Je kunt me vertrouwen. Offred.
Noem me niet zo! Offred.