Voorbeelden van het gebruik van Outfits in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
nieuwe outfits en modellen.
Suzette heeft een idee voor de outfits.
Je hebt haar bij de brunch besproken en haar outfits op Pinterest gezet.
Ik laat deze outfits zien.
Ik hou van jullie outfits.
Ik heb al je outfits voor de feestjes van deze week.
Ook kan hij outfits vinden waarmee hij andere vaardigheden krijgt.
Deze outfits zijn wat overdreven, nietwaar?
Ik ga twee outfits voor haar inpakken.
Jullie outfits matchen goed.
Evenveel als de outfits in de koffer.
Witte outfits met gele riemen?
Alleen als je kleine outfits voor hem koopt.
Zoveel rare mensen in zoveel lelijke outfits.
inclusief outfits en aanpassingen.
Bovendien kan u ze makkelijk combineren met allerlei outfits.
Naarmate het internet belachelijk outfits Met Gala-2016?
rijkelijk versierde outfits.
Ik wilde dezelfde outfits.
Ze hebben nieuwe outfits.