Voorbeelden van het gebruik van Pesten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Die lui pesten altijd jongere kinderen.
Het is gemeen, pesten, en ik accepteer het niet.
Hij kan me pesten zoveel hij wil.
Nee, ze pesten me niet.
Niemand kan je nu nog pesten.
Echt stoer een ziek kind pesten.
Pesten is de gesel van onze tijd.
Zij pesten mij.
We pesten jou gewoon omdat je de kleinste bent.
We mogen ons niet laten pesten.
Je gaat vals spelen, of je gaat pesten toelaten.
Wie moet ik dan nog pesten?
Het is saai en ze pesten me.
De kinderen op mijn school, zij pesten mij elke dag.
We gaan hem pesten.
Pesten en intolerantie kunnen tot de dood leiden.
Zullen we haar pesten tot ze een kunstcarrière begint?
Pesten ze 'm niet?
Dat was amper pesten.
We laten ons niet pesten.