Voorbeelden van het gebruik van Pupil in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De pupil moet verplaatst worden.
Hier leven pupil en leraar in gezegende harmonie.
Ik ben de pupil van de Koning, en je moet doen wat ik je opdraag.
Ik kan m'n eerste pupil niet verliezen.
Pupil verlamming maakt vaak de iris leerling niet in staat om vernauwen.
Z'n pupil is vergroot!
Dat die opstandige pupil het onbestwistbare bewijs is
Dit is Nicky, m'n pupil van Happy helping Hand.
Wacht even, hij is mijn pupil.
Haar pupil is opgeblazen.
Z'n pupil is nu verwijd.
Ik werd zijn pupil, en hij mijn hoeder.
en mijn neef en pupil, Jago.
Pippa nog steeds je pupil is?
De pupil voor het zicht, logisch.
De pupil van het oog.
Mijn eigenwijze pupil heeft iets gedaan wat ik niet heb voorzien.
Isabella, mijn pupil, Jane.
Wees sterk, voor je pupil en je toekomst.
Vernauwing van de pupil.