Voorbeelden van het gebruik van Puppy in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Net zoiets als een puppy.
Hoe zit het met jou, kleine puppy?
Chris Hansen en zijn maîtresse, Puppy Kristyna.
En het lichaam van een puppy.
Sinds hij een puppy was.
Of een puppy en een muis?
We hebben uw puppy in de auto.
Weet je wat er met de puppy gebeurd is?
Weet je nog die ene keer dat je mij m'n puppy afnam?
Er is veel bingo om van te genieten bij Lucky Puppy Bingo.
Groen: Maria zag een puppy in het venster.
Het is een puppy.
Je kwam hier binnen met een gezicht alsof ze je puppy doodgeschoten hebben.
Hij zou net als een puppy met een microscoop zijn. Dat is grappig.
Ik ben geen puppy, Mr Gummer.
Je had luizen, en die had je weer van de puppy.
Mijn nieuwe puppy.
Ik denk dat Vincent de puppy bedoelde niet het raam.
Ze heeft 'n puppy.
We spelen met het poesje en de puppy.