Voorbeelden van het gebruik van Rabbijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben nu z'n rabbijn.
Ik ben Rabbijn Cohen.
Hij is niet oud, zoals rabbijn Cheshin.
alleen rabbijn Chaim.
Trouwens, zijn naam is rabbijn Shiale van Carster.
Rabbijn schultz jay.
Tevye, de bestelling van de rabbijn.
Rabbijn. Ben je hier alleen?-Israel?
De priester zegt tegen de rabbijn,'Wat zou ik dat joch graag neuken.
Zegt die rabbijn:'Waarin dan?
Als ik rabbijn was, kon je zonder schuldgevoel op me vallen!
Van 1918 tot 1920 was hij rabbijn van de joodse gemeente Liesing bij Wenen.
Het is vaak de rabbijn die predikt als het aanbidding in de synagoge.
Ik ben een rabbijn, net als jij.
Een rabbijn viel me lastig.
Een priester, rabbijn en oom Fred….
Dat moet je rabbijn bespreken met de fabrikant.
Rabbijn, u ook.
Ken je rabbijn Stanley Nadelman?
Rabbijn, heeft u het nieuws gehoord?