Voorbeelden van het gebruik van Rukken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee, ik ga niet rukken.
Als je me wilt excuseren, dan ga ik rukken.
Dan zal ik waarschijnlijk wat klappen uitdelen en hun hart eruit rukken.
Ik wil z'n hart eruit rukken.
Man modellen elke van de fellows nemen draait zoenen en rukken elke 2830.
En het doel was rukken.
Ik wed dat je, je niet eens af kan rukken.
Ik wil je kop eraf rukken.
Slecht. Arturo. Ik ga je ballen eraf rukken.
Ik wil de outfit uitzoeken die je van m'n lijf gaat rukken.
Jongens krijgen rechts naar beneden naar de rukken en zuigen hun vlezige hanen.
Jouw ding is alleen sterven en jouw ding is rukken.
Rukken maar, Jim.
En dan zal ik haar hart uit rukken.
Dan moet ik hem maar uit haar handen rukken.
aanlokkelijk, rukken.
Morty, praat niet met je zus over rukken.
Niet rukken op 't werk.
Ik kom je hart uit je reet rukken. Hé.
humping, rukken, doordringend.