Voorbeelden van het gebruik van Shirts in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En hij wil dat je zijn shirts ophaalt.
zijn moeder gaf ons shirts.
Jongens… Er zitten geen shirts meer in?
Shirts versus skins.
Ik heb mijn shirts al opgevouwen en al zes keer gemasturbeerd.
Ik heb drie shirts.
de Waatas mooie shirts hebben.
Shirts en shorts?
Al mijn messen en shirts zijn bebloed.
Shirts tegen de zonder shirts.
Ik heb shirts.
Steven, je bent de shirts vergeten.
Van links naar rechts op uw scherm, zwart-witte shirts, witte shorts.
Ik ben shirts.
Je vader strijkt zijn shirts niet.
We maken alle shirts zelf.
Ik haat lelijke shirts.
De farao's droegen zelden shirts.
Toen gooide ze al mijn shirts eruit.
de Waatas mooie shirts hebben en wij niet.