Voorbeelden van het gebruik van Shoppen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En dan gaan we shoppen.
Echt waar? Gaan shoppen bij Barney's?
Ik heb meer nodig dan shoppen, feesten en paparazzi.
Groep B, wil je shoppen met Nico?
ze zei gewoon dat ze ging shoppen.
Eten, of naar een film of shoppen.
Ik zat eigenlijk te denken dat we konden gaan shoppen.
Met mij wil je nooit gaan shoppen.
In Staten Island noemen we dit shoppen.
Misschien moeten wij ook uit shoppen gaan.
Daarom kan ik niet shoppen bij Sears.
We gaan shoppen.
Gaan shoppen.
Ik ben aan het shoppen.
Na de behandeling gaan we shoppen.
Nu gaan we fietsen en shoppen.
Ze is gaan shoppen.
Groep B. Willen jullie shoppen met Nico?
Wij gaan shoppen.
Voor mij is die hogere macht shoppen.