Voorbeelden van het gebruik van Sleuteltjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Geen wapen, geen sleuteltjes, niks.
Liggen de sleuteltjes op tafel?
De sleuteltjes zitten in m'n jaszak.
We hebben de sleuteltjes van de vorige klus nog.
Geef me m'n sleuteltjes.
Eric, geef me je sleuteltjes.
Waar zijn m'n sleuteltjes?
Geef me m'n sleuteltjes. Hoi.
Alleen op die manier kunt u bewijzen dat de mensen twintig jaar geleden niet voor niets op pleinen met hun sleuteltjes stonden te rinkelden.
Elke seconde dat je die sleuteltjes langer vasthoudt graaf je jezelf in een nog dieper gat.
je Cherokee start terwijl jij je sleuteltjes nog zoekt.
Het sleuteltje zat er niet in.
De sleutel is hier.
Sleutels, waar zijn jullie? Ja. Nee.
Ik leg de sleutel op de vensterbank.
Mijn sleutels zaten in de tas.
Sleutels van de GTO.
De sleutels zitten onder de zonneklep.
Bedankt. De sleutels liggen in de auto.
Heb je de sleutels om af te sluiten?