Voorbeelden van het gebruik van Speeltje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee, een speeltje.
Nee, ze is nu ons speeltje.
Jij wordt mijn speeltje.
Je lijkt een speeltje uit Maleisië.
Ik heb 'n speeltje gekocht.
Mijn speeltje.
Hij denkt dat ik een speeltje ben.
M'n nieuwe speeltje.
Speeltje van 100.
Speeltje nummer één.
Speeltje nummer twee.
Ik had je kunnen doden.-Speeltje?
Waar is je speeltje?
Iets wat een verloren speeltje niet zou begrijpen. Het heet loyaliteit.
Ik heb een geweldig huis, elk speeltje dat je je kunt wensen.
Speeltje? Dit is een drone.
Als je een speeltje wil, praat dan met Russell.
Een speeltje waar ik graag mee speel.
Pa, dat speeltje daar hebben wij thuis.
Dat speeltje heet Flash Gordon.