Voorbeelden van het gebruik van Spijbelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
We waren aan het spijbelen.
Omdat we morgen… spijbelen.
Donderdag, Vrijdag Spijbelen.
De band en ik willen vanochtend spijbelen.
Ik leer ze spijbelen.
Dat ze moest spijbelen.
Ik hoop dat ze niet spijbelen.
Ga met mij spijbelen.
Ik zou spijbelen.
Ik kan niet weer spijbelen.
We kunnen ook spijbelen.
Ik kom. Ik kan spijbelen.
Pacey, ik kan niet spijbelen.
Ik had nooit moeten spijbelen.
En weet je… De ongehoorzame jongens die spijbelen van school!
zou ik nooit meer spijbelen.
Sorry, ik wil niet spijbelen.
Maar opgepakt worden voor spijbelen zal niet helpen.
Wegens spijbelen, vechten… roken op de campus, alcoholbezit.
Spijbelen en zo.