Voorbeelden van het gebruik van Spijbelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ja. Spijbelen ze?
Ik dacht dat je aan het spijbelen was of een zere keel had, ofzo.
Nog meer spijbelen.
Ze gaat me bellen als je blijft spijbelen.
Grote bek. Spijbelen. alles.
Wat is dat van dat spijbelen?
Spijbelen, uit wrok, of wegens de hypocrisie van het schoolbestuur.
Spijbelen ze?- Ja?
Wedden dat ze vandaag niet hadden willen spijbelen.
We waren aan het spijbelen.
Ja, we kunnen spijbelen.
Ben je aan het spijbelen?
Dat was je prijs voor het spijbelen, maar als je niet.
Je kunt niet blijven spijbelen.
Zodat ik morgen kan spijbelen en naar de film kan gaan.
Je hebt gelijk, we spijbelen.
Laten we spijbelen.
Drugs, vandalisme,… diefstal, spijbelen.
We gaan morgen spijbelen.
Het gymnastieklokaal afbranden. Spijbelen, vechten.