Voorbeelden van het gebruik van Spijten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Het zal je nog meer spijten.
Het zal je spijten.
Dat zal me altijd spijten.
Dwing me niet tot maatregelen die ons beiden zullen spijten.
Dit zal je spijten, dame.
Waarom zou het je spijten?
Het zal je amper spijten.
Het zal je spijten.
Morgen zal het ons allebei spijten.
Het zal je niet spijten.
dan zal het je spijten.
Het zal je spijten.
Op een dag gaat het jullie spijten dat jullie me gemeen behandelen.
Het zal jullie spijten.
Nee. Het zal jou spijten.
Het zal u niet spijten.
Het zal haar spijten.
Het zal hem meer spijten.
Dit zal je de rest van je leven spijten.
Zal het je spijten.