Voorbeelden van het gebruik van Spuug in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Oke, schatje ik spuug even op mijn hand en dan beginnen we.
Ik spuug altijd in je eten!
Spuug het uit, zeg ik!
er zat wat spuug rond zijn mond.
Waarom spuug je me geen grote fluim in m'n gezicht?
Ik spuug in mijn hand.
Als je 't spuug uitwrijft, beslaat je duikbril niet. Spugen?
Kom op. Spuug de ananas uit, oké?
ze stikt in haar eigen spuug.
Voordat we oversteken spuug je drie keer in de rivier.
Ik spuug op de liefde en zijn ijdelheid.
Spuug niet zo.
Spuug het uit, maat. Wat? Niets?
Een druppeltje bloed in m'n spuug gisterochtend.
Spuug je het uit of slik je het door?
Ik spuug op Amerika.
Spuug je op me?
Spuug in haar melk.
Spuug je je moeder in haar gezicht?
Ik spuug op Glabius!