Voorbeelden van het gebruik van Tina in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tina zei je al, bij haar weg te blijven.
Van Tina, denk ik.
Tina, ik moet met je praten.
Tina, wil jij mee?
Tina, jij krijgt een smoothie van een tonijnbroodje.
Tina, jij niet.
Tina smacht niet naar Darryl.
Tina, laat jij Javed maar z'n kamer zien.
Tina reed even op de parkeerplaats.
Tina, schrijf op.
En we lieten je achter, zoals Tina Turner toen ze was geslagen.
Niet doen, Tina.
Jacques. Ik zie dat de vonk is overgesprongen tussen Tina en je.
Hou jij mij vast, Tina.
Ik heb medelijden met Tina.
verdrink ik liever.- Tina Fitzsimmons?
Je zat te klooien en je kreeg slaag net als Tina Turner.
Ja, meneer.- Kom op, Tina, wakker worden.
Over zes weken. Tina Miller.
Je lijkt Tina Turner wel, jij instabiele idioot.