Voorbeelden van het gebruik van Tommy in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tommy, wat zie jij er slecht uit.
Natuurlijk, Tommy.
Tommy heeft er één.
Ik ben hier om over zaken te praten, Tommy.
Tommy heeft me alles over je verteld.
De Gouverneur is mijn vriend, Tommy.
Ze is er erg aan toe, Tommy.
Moeten we niet naar Tommy Richardson kijken?
Blijf liggen, Tommy.
Au. Tommy, wacht!
Vaarwel, Tommy pech voor de 217 Verrassing!
Verrassing. Tot ziens Tommy.
Is het Tommy of Thomas?
Je moet Tommy zelf de dingen vragen die je wilt weten.
Tommy Wheeler zou Cap'n Crunch kunnen spelen?
Somerville blijft ouwe Tommy dus vragen stellen.
Tommy… iedereen wil een deel van deze koek.
Tommy, ik weet dat je van chocolade houdt.
Tommy, jij schilderde het decor!
Dankzij mijn oom Tommy in China krijgen we nog een kans.