Voorbeelden van het gebruik van Valentijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Valentijn is een nepfeestdag waarop eenzamen zich nog eenzamer voelen.
Ik ben Arthur Valentijn niet, zoon.
Jij zal altijd mijn Valentijn zijn.
Ik wist niet eens dat het valentijn was.
Je zal altijd mijn Valentijn zijn.
Paar maanden na Valentijn.
Ik hou van je, Sint Valentijn.
Het is morgen valentijn.
De meest romantische taart voor je Valentijn.
We gaan. Fijne Valentijn.
Hij noemt 'm Valentijn.
Omdat hij pas getrouwd is en het deze week valentijn is.
Kom hier, jongen. Valentijn.
Ik haat Valentijn.
Wil je mijn Valentijn zijn?
Ik gaf het je voor Valentijn.
Ik haat huwelijken en valentijn.
Je bent een freak, Valentijn.
Heel ironisch, ik breng Valentijn door met jouw stalker.
Euh, van… Arthur Valentijn.