Voorbeelden van het gebruik van Vrijdag in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
In België gingen we uit op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag.
We doen ons best om ook updates uit te brengen op vrijdag minicomis en bonuscovers!
Het is vrijdag. Weet je nog hoe vrijdag was?
Wil je vrijdag bij ons komen eten?
We repeteren elke vrijdag in het buurthuis.
Vrijdag, kom nu naar hier!
Koopavond, vrijdag.
Wat we elke vrijdag doen.
Ik kreeg een hekel aan de vrijdag.
Wil je vrijdag met me uit?
Op maandag, woensdag en vrijdag.
Het is eindelijk Zwarte Vrijdag.
Het verlovingsfeest is op vrijdag.
Maar nu ik in Oz werk, voel ik me op vrijdag altijd het hardst genaaid.
Mag ik vrijdag bij David slapen?
Ach, nu ben ik vrijdag lekker vrij.
Zeg me alsjeblief dat hij z'n meisje Vrijdag niet mee heeft gebracht.
Volgens ons heeft Kazarinsky Dr Nash vrijdag vermoord.
Is het 'n nieuwe soort van casuele vrijdag waar ik niets vanaf weet?
Wil je vrijdag met me uitgaan?