VRIJGEVIG - vertaling in Duits

großzügig
gul
royaal
vrijgevig
genereus
ruim
grootmoedig
aardig
ruimhartig
edelmoedig
rijkelijk
freigebig
overvloedige
vrijgevig
gul
großmütig
grootmoedig
nobel
gul
goed
vrijgevig
edelmoedig
großherzig
edelmoedig
grootmoedig
gul
goed
genereus
vrijgevig
vriendelijk
groot hart
spendabel
gul
vrijgevig
großzügiger
gul
royaal
vrijgevig
genereus
ruim
grootmoedig
aardig
ruimhartig
edelmoedig
rijkelijk
grosszügig
gul
royaal
vrijgevig
genereus
ruim
grootmoedig
aardig
ruimhartig
edelmoedig
rijkelijk
großzügige
gul
royaal
vrijgevig
genereus
ruim
grootmoedig
aardig
ruimhartig
edelmoedig
rijkelijk
generös
gul
royaal
vrijgevig

Voorbeelden van het gebruik van Vrijgevig in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Lionel kan heel vrijgevig zijn.
Lionel kann ein sehr großzügiger Mensch sein.
Ik ben aardig, vrijgevig en behulpzaam.
Ich bin nett, großzügig und hilfsbereit.
Ik ken Pat, ze is vrijgevig.
Pat ist grosszügig.
Hij is erg vrijgevig.
Er ist ein sehr großzügiger Mann.
je zuster heel vrijgevig was.
deine Schwester eine sehr großzügige Frau war.
Harvey was altijd heel vrijgevig.
Harvey war immer sehr großzügig.
Ik ben vrijgevig.
Ich bin grosszügig.
Ik ben vrijgevig.
Ich bin ein großzügiger Mann.
Rijken kunnen zich veroorloven vrijgevig te zijn.
Die Reichen können es sich leisten, großzügig sein.
Een man zo romantisch en vrijgevig.
So ein romantischer und großzügiger Mann.
Want u bent zo vrijgevig.
Weil Sie so grosszügig sind.
Hij was goed en vrijgevig.
Aber er war gütig und großzügig.
Ze is heel vrijgevig.
Sie ist eben ein sehr großzügiger Mensch.
Omdat je zo vrijgevig bent.
Weil Sie so grosszügig sind.
Je bent vrijgevig.
Du bist großzügig.
lief, vrijgevig en oprecht mens.
lieber, großzügiger und aufrichtiger Mensch.
De Heer is vrijgevig.
Der Herr ist grosszügig.
Hij wist hoe vrijgevig vader was.
Er wusste, wie großzügig Vater war.
Ik ben altijd vrijgevig geweest.
Ich war schon immer ein großzügiger Mann.
Misschien was hij vrijgevig.
Vielleicht war er großzügig.
Uitslagen: 353, Tijd: 0.0623

Top woordenboek queries

Nederlands - Duits