Voorbeelden van het gebruik van Zaagsel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Had papa hier zaagsel liggen?
Misschien is het zaagsel.
Chérie, ik breng je terug naar zaagsel.
Maar die sneeuw is zaagsel.
Dit is geen zaagsel.
En we ergens naartoe kunnen waar geen zaagsel op de grond ligt?
Alles smaakt naar zaagsel.
Goed, want dit ontbijt is net zaagsel.
Ik kan niet tegen zaagsel.
viel neer in een berg zaagsel.
Misschien is er wat zaagsel weg gevlogen.
We moeten maar zaagsel eten.
alleen zaagsel.
Nu alleen nog maar zaagsel.
Ze vonden alleen zaagsel en bedreigingen.
Maak er zaagsel van.
Ik heb 30 frank betaald voor zaagsel.
viel neer in het zaagsel.
Ik weet wat Zaagsel is. Het is.
Heb je zaagsel in je kop of zo?