Voorbeelden van het gebruik van Zakgeld in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Hier is je zakgeld.
ik krijg pas maandag zakgeld.
Ik gaf nooit zakgeld.
Hier is je zakgeld, schat.
Hij krijgt alleen zakgeld.
Ik trek 3 sigaren van je zakgeld.
Ik geloof dat je mijn zakgeld gaat verhogen.
Ik kan jou niet eens je zakgeld betalen.
Zakgeld vandaag. Daar heb je geen recht op.
Het wil wat zakgeld en het wil schoenen kopen.
Het is mijn zakgeld en ik verbrand het hoe ik dat wil.
Een miljoen dollar is zakgeld, naar wat er gebeurt.
Je zakgeld, kanjer.
Geen zakgeld, geen trustfonds, geen creditcards.
Hoe sneller ze zonder zakgeld kunnen, hoe beter.
Vergeet je zakgeld niet.
Een maand zakgeld.
Manhattan is tegenwoordig bijna net zo duur als Berlijn. Wat zakgeld.
En 3000 lire zakgeld per maand.
Twee miljoen dollar is niet echt zakgeld.